Schoolrijpheidstesten:

Toeter- en kontrabastesten in de laatste kleuterklas.

 



Begin februari wordt bij al onze 5-jarigen een schoolrijpheidstest “TOETERS” afgenomen door de klastitularis. Tijdens deze test gaat de juffrouw na hoe het staat met het voorbereidend rekenen, lezen en schrijven. Het zijn oefeningen die voor de kleuters niet onbekend zijn. Komen er toch problemen naar boven, dan heeft ze nog ruim de tijd om die in de klas te oefenen. De resultaten van deze test worden tijdens een oudercontact met de ouders besproken. Op het einde van het schooljaar wordt dan een soortgelijke test "KONTRABAS" afgenomen. Aangezien deze testen een momentopname zijn, vormen de observaties van de kleuterleidsters de basis voor het advies of een kind klaar is voor het eerste leerjaar. Dit gebeurt steeds in overleg met  de zorgcoördinator, het CLB en eventueel de ouders.

 

Opmerking:

Het is onze zorg erop te letten dat alle kleuters die de overgang naar het 1ste leerjaar maken, die stap wel degelijk aankunnen. Het gebeurt maar al te vaak dat te jonge of niet schoolrijpe kinderen, ondanks het advies van de klassenraad en het CLB en na een grondige analyse van de gemaakte schoolrijpheidstesten/observaties van de klasleerkracht, toch naar het 1ste leerjaar willen overstappen. Die kinderen hebben onvoldoende basis en concentratievermogen om het leertempo, opgelegd in het leerplan, te kunnen volgen. In het 1ste leerjaar is het aanbod van nieuwe leerstof i.v.m. lezen/schrijven/rekenen immers zeer groot, iets wat een enorme werkdruk en heel wat faalervaringen met zich kan meebrengen.

Het CLB en het schoolteam staan er dan ook niet achter om kleuters te vroeg te laten opschuiven naar een hogere afdeling en dit juist om later zittenblijven in het 1ste leerjaar en mogelijke problemen op langere termijn te vermijden.

Ouders beseffen meestal de gevolgen niet van de te grote werk- en tijdsdruk bij deze te jonge kinderen.

Vervroegde doorstroming is dus een maatregel die slechts bij hoge uitzondering genomen zal worden. Dit betekent dat slechts leerlingen die aan heldere criteria voldoen, na een gunstig advies van de klassenraad en in samenspraak met het CLB, hiervoor in aanmerking komen. 

Het doel van een schoolrijpheidstest is dus nagaan of een kleuter op het einde van de 3de kleuterklas een aantal talige en ruimtelijke vaardigheden onder de knie heeft om in het 1ste leerjaar te kunnen starten. Op die manier kunnen kinderen worden opgespoord die beter de 3de kleuterklas zouden overdoen of signaleert men kinderen die moeilijkheden zouden kunnen krijgen met lezen, schrijven of rekenen. Op basis van deze onderzoeken kan een concreet therapie-advies worden gegeven om de vastgestelde tekorten bij te werken.

 


Wat moet je kind volgens de school "kennen" voor de lagere school kan aangevat worden?

 

 

 

Een school verwacht van kinderen die in het eerste leerjaar terecht gaan komen één en ander. De kleuters moeten voldoen aan:

 

  • de schrijfvoorwaarden
  • de leesvoorwaarden
  • de rekenvoorwaarden

De kleuters moeten ook voldoende sociale vaardigheden en zelfredzaamheid bezitten.

 

 

Wat meten de toeters/kontrabas-oefeningen (en wat niet)?

 

De toeters/kontrabas-oefeningen zijn een momentopname. Ze meten alleszins NIET de intelligentie van een kind en hebben enkel een voorspellende waarde naar de resultaten van het eerste leerjaar toe.

Met toeters/kontrabas tracht men te bepalen op welke opdrachtjes rond de schrijf-, lees- en rekenvoorwaarden kinderen uitvallen en hoe erg die uitval is, zodat het kind gericht kan geholpen worden door de kleuterjuf en het schoolteam. 

 

A. Het visueel gedeelte = alles wat met ZIEN te maken heeft.
In dit onderdeel zitten een aantal leesvoorbereidende oefeningen.
Er wordt gekeken naar:

 

  • geheugen
  • zien
  • synthese
  • discriminatie

 

Ziet een kind onvoldoende, dan kan het niet tot lezen komen. Om te leren lezen moet het kind kleine verschillen leren zien, bijv. het verschil tussen b-d-p; ie-ei; o-a , ...
Ook de richting is heel belangrijk om te leren lezen én schrijven.
Een kind moet ook leren te onthouden.  Als een kind de letters niet kan onthouden, kan het ook niet leren lezen bv. A L S = als --> en niet sla of las.

 

Inoefening: Kleuterjuffen oefenen aan de hand van tekeningen het leren ontdekken van kleine verschillen. Ook het geheugen wordt zo geoefend.

 

 

 

B. Het auditief gedeelte = alles wat met het GEHOOR te maken heeft.
Hier zijn vooral woordstukjes en rijmen belangrijk.
Bij woordstukjes moeten de kinderen een woord in verschillende stukjes kunnen splitsen om ze nadien aan elkaar te kunnen plakken.

 

Inoefening: Wat vaak wordt gebruikt, is de klap-techniek. De kleuterjuf zegt een woord en klapt bij elke lettergreep in de handen. De kinderen doen dit na. Na enige oefening kunnen de kinderen dit ook zonder de ondersteuning van de klappende handen.

 

 

Kunnen rijmen wordt beschouwd als één van de belangrijkste leesvoorwaarden.  Dit kan, indien een kind dit niet spontaan kan, geleerd worden door veel te oefenen.
Lezen is spelen met letters en woorden.  Rijmen is dit ook. 
 

 

 

C. Raamfiguren  =  heel correct natekenen van figuren.

Deze opdracht zegt iets over de fijne motoriek en de ruimtelijke structuratie.  Er zijn oefeningen beschikbaar voor links- en rechtshandigen. De aanwezigheid van een goede oog-handcoördinatie die nodig is om te schrijven (eerst kijken, dan schrijven) wordt nagegaan, evenals de schrijfrichting: "van links naar rechts".  Deze oefening wordt heel streng verbeterd.

 

 

 

 

D. Rekenen.

De kleuters moeten een hoeveelheid tot 10 kunnen aanduiden. Er wordt gekeken of begrippen zoals hoogste, langste, kleinste, grootste, meer, minder, eentje meer,... gekend zijn.

 

Verder wordt er ook gelet (niet gescoord) op de schrijfmotoriek, de pengreep en de algemene werkhouding.

 

 

E. Schrijfmotoriek. (Op dit onderdeel staan geen scores. )

De testafnemers observeren enkele vaardigheden voor een goede schrijf- en werkhouding: 

 


fijne motoriek 
schrijfrichting 
links- of rechtshandig 
tempo 
oog-handcoördinatie 
emotioneel: volhouden? nauwkeurigheid?