De AVI-meting is gericht op het leestechnische niveau van een tekst. Het is een toetsinstrument dat vooral in het onderwijs thuishoort. Alleen voor de eerste leesboekjes kan de AVI-aanduiding ook buiten het onderwijs een zinvol hulpmiddel zijn. Beginnende lezers moeten bepaalde leestechnische stapjes kunnen maken voor ze een tekst probleemloos kunnen lezen.

 

Vanaf AVI-5 kennen de kinderen de belangrijkste leesmoeilijkheden en kunnen ze, als ze dat willen, ook voor een hoger AVI-niveau kiezen. Het lezen gaat dan iets langzamer, maar de keuze aan boeken wordt groter. De interesses van een kind bepalen zo wat het leest. Dat kan ook een boek zijn dat leestechnisch te gemakkelijk is. Waarom niet? Het is belangrijk dat een boek aanspreekt. Te gemakkelijk en te moeilijk zijn op zich al vreemde opvattingen. Ze duwen boeken en lezers in hokjes.

 

Kinderen hebben de ene keer zin in een voorspelbaar verhaal dat gemakkelijk leest en laten zich een andere keer fascineren door boeken die situaties, culturen en meningen beschrijven die zij van thuis misschien niet kennen. Kinderen kunnen zich ook laten grijpen door het ritme van de taal en de betovering van de woorden.

 

En kinderen met leesproblemen? Ook zij kunnen gebaat zijn bij een ‘lekker’ boek dat ze misschien niet helemaal vlekkeloos kunnen lezen, maar waaraan ze wel plezier beleven.

 

 

 Wanneer dienen bepaalde AVI-niveaus bereikt te zijn?

 

 

AVI

ongeveer bereiken rond …..

1

maart eerste leerjaar

2

juni eerste leerjaar

3

november tweede leerjaar

4

maart tweede leerjaar

5

juni tweede leerjaar

6

november derde leerjaar

7

maart derde leerjaar

8

juni derde leerjaar

9

november vierde leerjaar